Terug naar hoofdinhoud

Zoekbalk J4

Ik leef vanuit het idee dat niks blijft zoals ‘t was.

Nicolien 2025

Manager Behandel Vakgroepen Nicolien Jongma wil zorgvuldig veranderen. De ouderenzorg is een prachtig vak en we staan voor grote uitdagingen. Bij veel ouderen is sprake van meer dan één aandoening, waardoor er vaak meerdere zorgprofessionals zijn betrokken bij een patiënt. Meer multidisciplinaire samenwerking is van belang om zorg te kunnen blijven bieden aan deze kwetsbare groep. “Een tandje erbij is niet voldoende. We hebben meer handjes van buiten nodig.” Sinds oktober vorig jaar is Nicolien Jongma Manager Behandel Vakgroepen bij QuaRijn. “We moeten onszelf dwingen na te denken hoe we omgaan met groeiende tekorten.” Meer fysiotherapeuten, dokters of ergotherapeuten zijn er niet, maar het werk moet wel gedaan worden. Volgens Nicolien is het vijf voor twaalf. Ze begrijpt als geen ander dat veranderen niet makkelijk is. Toch hoopt ze dat iedereen wil meebewegen.

Een toekomstbestendige eerstelijnszorg moet je met elkaar doen.”

Nicolien is van mening dat akkoorden als IZA (Integraal Zorgakkoord) en GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) onvoldoende oplossing bieden. “Ik denk dat we terug moeten naar community care, ofwel dat mensen in de samenleving elkaar ondersteunen bij het dagelijkse leven.” Wat dat concreet inhoudt voor behandelaren, heeft ze nog onvoldoende scherp, maar dat er mensen van buiten nodig zijn, is voor haar geen vraag. Samen met behandelaren wil ze de discussie aangaan over welke vormen ze met elkaar kunnen bedenken om meer mensen langer thuis te behandelen en te begeleiden. Er is namelijk geen sprake van uitbreiding van de verpleeghuisplekken. “De problemen voelen nu nog als ver weg, en waarschijnlijk ziet daarom nog niet iedereen de noodzaak er van in om in te stappen.” Overigens heeft ze alle begrip voor haar passievolle en deskundige collega’s die het beste voor de cliënt willen. “Zij houden van hun vak en behandelen graag cliënten.” De veranderingen raken de zorgprofessional persoonlijk.

Vanuit de overheid, mede vanuit IZA, WoZo en GALA hebben we de opdracht om de cliënt langer thuis te laten wonen. Nicolien denkt dat technologie bij een toekomstbestendige zorg een steeds grotere rol zal gaan spelen. Bijvoorbeeld hulp bij dagstructuur en ondersteuning met beeldbellen, een zorgrobot of monitoring in de woning met behulp van sensoren. “Die innovaties moeten ons gaan helpen.” Maar het kan niet alles oplossen, want fysiek contact is ook nodig om onderzoeken te doen. “Vijf of tien jaar geleden kenden mensen op leeftijd de Ipad of mobiele telefoon nog niet. Wij zien dat ouderen van nu digitaal vaardiger zijn.” Dat kan ze helpen om langer thuis te blijven wonen.

Alleen met technologie redden we het niet

Hulp van naasten en buurtbewoners zou een mooie aanvulling zijn. Als een buurvrouw of buurman met een cliënt die nog aan het revalideren is, kleine stukjes gaat lopen of dagelijks wat oefeningen doet zou dat ook een goede bijdrage zijn. “Natuurlijk moeten ze niet op de stoel van de fysiotherapeut gaan zitten, maar ze kunnen wel goed geïnstrueerd worden.” Voor de cliënten kan het veiliger voelen als ze niet alleen hoeven te oefenen, bovendien kan het stimulerend werken als iemand meekijkt. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen.

“Het is ons streven meer op zoek te gaan naar samenwerkingspartners in de regio.”

Nicolien vindt dat de zorg niet meer moet concurreren met elkaar, maar juist de handen ineen moet slaan. Er zijn al plekken in Nederland waar één aanmeldpunt voor acute zorg is. Wijkorganisaties die meer gaan samenwerken enz. “Onze fysiotherapeuten moeten gaan samenwerken met zelfstandige ondernemers en huisartsen om gezamenlijk wachtlijsten op te lossen. De verwachting is dat dit voor veel meer zorgprofessionals zal gaan gelden. Dat zou er ook moeten komen voor kennis en behandelcentra”, vindt Nicolien. Verder is het project ONZe, Oudergeneeskundig Netwerk Zuid-Oost eerstelijn zeer noemenswaardig. Daarin bundelen ouderenzorgorganisaties in Zuidoost Utrecht hun krachten. Met het bieden van de juiste zorg op de juiste plek, proberen ze het aantal opnamen te verminderen. Door betere samenwerking van huisarts, specialist ouderen geneeskunde en specialisten uit het ziekenhuis, is de verwachting dat (crisis)opnamen kunnen worden voorkomen of in ieder geval afnemen.

Waar zijn we wél en waar niet nodig, is ook onderwerp van gesprekken.

Op het moment is Nicolien samen met behandelaren bezig om regionale multidisciplinaire behandelteams samen te stellen. Het idee is dat die teams in de regio verantwoordelijk zijn voor hun vakgebied. Niet alleen voor het specifiek behandelen van cliënten, maar ook voor alles wat daarbij komt kijken, zoals ook community care. Dat houdt in dat er meer groepsbehandelingen moeten komen of dat er bijvoorbeeld vrijwilligers bij groepen ingezet worden. “Die ideeën moeten nog verder uitgewerkt worden. Ook hoe mensen geschoold gaan worden.” Nicolien wil graag zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande community care bewegingen per regio of dorp: niemand hoeft het wiel voor de tweede keer uit te vinden.

Nicolien: “Ik vind verandering en het proces daar naar toe heel inspirerend. Ook met de hobbels die er bij horen. Dat komt omdat ik met het idee leef dat niks blijft zoals het was. Alles verandert continue en ik vind dat ik een persoonlijke opdracht heb om mee te veranderen. Om aan te blijven sluiten op de ontwikkelingen: zowel privé als in mijn werk.”

Nicolien snapt dat collega’s dat lastig vinden. Kritische vragen moeten gesteld worden, die zijn nodig om de nieuwe situatie zo goed mogelijk neer te zetten. “Laten we met zijn allen kijken hoe het beter kan en waar we nog kunnen leren: ook al is het met vallen en opstaan. Ik zie het als mijn opdracht dat veranderingstraject zo goed mogelijk te begeleiden.” En dat kun je niet zorgvuldig genoeg doen, is Nicoliens overtuiging.

Door: Babs Bouwman