Allemaal familie én dezelfde werkgever

Moeder Ine van Santen en haar kinderen Michel van Santen en Jaccoline van Santen werken alle drie voor QuaRijn. Niet bij elkaar in het team, maar wel voor dezelfde werkgever. Hoe is dat voor het hechte gezin?
Hoe zijn jullie bij QuaRijn terecht gekomen?
Ine, Verzorgende IG bij De Ridderhof: “Eerst werkte ik in de huishouding van het CMD van zorginstelling Rijswaarden destijds. Toen ben ik uiteindelijk doorgestroomd naar de verzorging. Ik begon bij Hollandia Staete. Nu werk ik op De Ridderhof.” Michel, Verpleegkundige bij Beatrix: “In 2020 kwam ik erbij. Ik ben toen met mijn moeder bij een open avond geweest.”
Tegen Ine: “Jij riep natuurlijk op mijn zestiende al dat ik de zorg in moest gaan! Ja, niet naar geluisterd, maar op mijn 29e toch nog naar een open avond geweest. Dat was op De Koekoek in Veenendaal. Ik schreef me als zijinstromer direct in voor een opleiding en een BBL plek. Toen ben ik begonnen bij Het Zonnehuis. Eerst werkte ik met Korsakov cliënten, daarna in het revalidatiecentrum en uiteindelijk ben ik in woonzorgcentrum Beatrix beland.”
Jaccoline, Verpleegkundige in de wijk: “Ik startte januari 2022. Daarvoor werkte ik als verpleegkundige in de thuiszorg in Veenendaal, maar daar wilde ik weg. En toen ging ik zoeken. Mijn moeder zei: ‘Waarom ga je dan niet naar QuaRijn?’ Toen dacht ik: waarom niet? Dus ik werk nu al bijna 2,5 jaar als wijkverpleegkundige.”
Komen jullie elkaar ook wel eens tegen op de werkvloer?
Jaccoline: “Nou ja, ik kom ook wel eens op De Ridderhof voor cliënten, maar niet zo bij jou, mama. Er gaan wel heel veel cliënten van mij naar jouw afdeling.”
Michel: “Het is ook een bewuste keuze om niet op dezelfde locatie te gaan werken.”
Michel: “Ik heb toevallig ook een keer een cliënt gehad die eerst bij mijn moeder zat en uiteindelijk bij mij op de afdeling. Dat is ook wel leuk. Ik vind het vooral grappig als je in een rapportage de naam van je zus of je moeder ziet staan.”
Zijn jullie samen naar het jubileumfeest gegaan?
Jaccoline: “Ik was ziek anders was ik wel gekomen en waren we er met z’n drieën geweest.”
Ine: “We hebben wel even samen gedanst.”
Michel: “Ja, zij heeft vooral gedanst en ik heb heel hard gelachen. Het was wel gezellig.”
Hoe is het om voor dezelfde werkgever te werken?
Ine: “Nou, heel veel dingen zijn herkenbaar.”
Jaccoline: “Omdat je toch allemaal in een andere branche van QuaRijn werkt, is het natuurlijk ook allemaal heel anders. Ik kan me niet voorstellen hoe het bij hen is, omdat ik natuurlijk bij de cliënten thuis kom. En je hebt ook te maken met andere regels.”
Michel: “Ik zit er een beetje tussenin. Intramuraal, maar op mijn afdeling heeft wel iedereen zijn eigen behandelaar, zijn eigen huisarts.”
Ine: “Ik werk natuurlijk echt in een team met mijn collega’s. Jullie werken eigenlijk een beetje individueel. Ook wel in teamverband.”
Jaccoline: “Mijn werk is zelfstandig, maar ik maak onderdeel uit van het wijkteam. Werken op de PG afdeling ligt mij weer helemaal niet en mama wel. Dus daar zit wel een heel groot verschil.” Tegen Ine: “Ik zou niet kunnen wat jij doet.”
Hebben jullie altijd al iets met de zorg gehad?
Ine: “Ik wilde altijd zuster worden. Dat was mijn doel. Dat is niet gelukt. Nee, ik ben later gaan leren. Toen ik van school kwam werd ik thuis niet zo gestimuleerd om verder te leren. Ik kom uit een groot gezin.”
Herkende je jouw zorgzaamheid in het karakter van de kinderen?
Ine: “Tegen Michel zei ik gelijk al na de middelbare school: jij moet gewoon de verzorging in. Ik zag jou wel achter een rolstoel lopen.”
Michel: “Dat wilde ik toen nog niet.”
Jaccoline: “Ik wist heel lang niet zo goed wat ik eigenlijk wilde. Ik werd heel jong moeder en moest in één keer keuzes maken. Toen heb ik er uiteindelijk voor gekozen om de verpleegkundige opleiding te doen, want daar was veel werk in te vinden. En natuurlijk doe ik het allemaal met passie, maar ik weet niet of ik dezelfde keuze had gemaakt als mijn zoon niet op mijn pad was gekomen.”
Ine: “Ik heb ook direct gezegd dat ze die opleiding mocht doen. Ik wilde dat je verder ging leren en voor jezelf kon zorgen.”
Praten jullie op verjaardagen ook over het werk?
Ine: “Tot vervelens toe.”
Michel: “Sommige denken echt: ‘O nee, daar gaan ze weer!’”
Jaccoline: “Mijn zus en mijn vader hebben echt totaal geen sterke maag als het op medische dingen aankomt. Wij zijn daar met z’n drieën wel heel anders daarin. Zij irriteren zich er ook echt aan.”
En geven jullie elkaar ook advies?
Ine: “Ik ben verzorgende en zij hebben iets verder geleerd. Maar ik heb wel veel ervaring. Dus ik krijg ook vaak vragen van hen.”
Michel: “Bij mij op de afdeling krijgen steeds meer mensen dementie, dus ik vraag me dan af hoe dat werkt. Mijn moeder weet veel meer over dementie en hoe je daar mee omgaat. Zij geeft dan praktische tips.”
Zijn jullie een hecht gezin?
Ine: “Ja, Jaccoline heeft met Sem ook lang thuis gewoond, dus we hebben wel een hechte band. Ik pas ook op de kleinkinderen. En ik heb ook een goede band met Michel, mijn enige zoon.”
Michel: “Als we met zijn allen uit eten gaan is het één bonk gezelligheid.”
Jaccoline: “We gaan ook regelmatig met de hele familie een dag weg om lekker te eten. En we zoeken elkaar op met de feestdagen. Dat is wel lastig in de zorg. Vaak moet er iemand werken in het weekend of op de feestdagen.”
“Als familie zijn we één bonk gezelligheid”
Wie is de volgende die bij QuaRijn komt werken?
Jaccoline: “De kinderen zijn nog te jong.”
Ine: “Ik heb ook nog een nichtje die graag in de zorg wil werken. Oma is al cliënt bij QuaRijn.”
Ine: “Als ik later dementie krijg, wil ik graag op De Ridderhof wonen.”
Michel: “Misschien kun je alvast een kamer reserveren?”