Familie helpt mee in De Weijer: Susanne en Marianne

SUSANNE (62) & MARIANNE (68) DOCHTERS
Susanne: “Onze ouders wonen allebei in De Weijer. Ze hebben een kamer naast elkaar. Mijn moeder heeft al tien jaar alzheimer. Ze woont hier nu ruim een jaar. Vier maanden geleden is mijn vader hier ook komen wonen. Eerst hielpen we ook veel thuis. Mijn moeder vond het hier in het begin niets. Mijn vader haalde haar dan op en nam haar soms mee naar hun oude huis. Mijn moeder raakte daarvan in de war. Ook ging hij wel met haar wandelen naar het dorp; zij zat dan in de rolstoel.”
Marianne: “Onze moeder is 93 en onze vader is 96 jaar. Het is fijn dat ze het zo lang gered hebben samen. Mijn vader heeft gelukkig wel zelf de beslissing genomen dat hij de zorg voor haar niet meer aan kon.”
Susanne: “Toen mama was verhuisd, ging hij in drie maanden hard achteruit. Opeens wist hij niet meer welke dag het was. We moesten op een gegeven moment best veel ‘afpakken’; de auto, de fiets en daarna de bankpasjes. Want hij liep met pakken geld rond en had geen idee meer. Rond de kerst vorig jaar ging het mis. Zijn dag en nacht ritme was helemaal weg. Hij ging dan midden in de nacht opeens naar de kerk.”
Marianne: “De wijkverpleging heeft veel geholpen en bemiddeld om een plek in het verpleeghuis te krijgen. Er is pas laat ontdekt dat hij alzheimer had. Als hij op bezoek kwam bij mijn moeder deed hij ook weleens lastig. Later wisten we pas dat dit kwam door de dementie. Toen kwam er een plek vrij in Bunninchem. Wij vonden het wel lastig en wilden liever dat ze bij elkaar zouden wonen. Drie weken later was er een plek in De Weijer. Hij was welkom en mijn ouders waren heel blij om bij elkaar te zijn. Ze herkennen ons nog. Het is echt super in De Weijer. De zorgmedewerkers hebben nog geprobeerd of ze samen op een kamer konden wonen. Maar daar raakte mijn moeder van in de war. We hebben twee broers. Zij komen allebei één keer per week. Wij komen twee of drie keer per week. Wij proberen dan ook te helpen waar het nodig is.”
“Elke dag is he een nieuwe ontdekking dat ze samen in hetzelfde huis wonen.”
Susanne: “Ik help graag met de maaltijden. Daardoor heb ik de families en bewoners goed leren kennen. Ze hebben allemaal hun eigen karakter. Dat maakt het leuk. Ik doe dan ook spelletjes met ze. Of dan ruim ik even de vaatwasser uit. Ik ga met een voldaan gevoel naar huis. Ook help ik mijn moeder met de nagels bijvoorbeeld. En even meehelpen met schoonmaken. Veel helpen gebeurt spontaan.”
Marianne: “Ik help ook met de maaltijden of met de kerstversiering. Er zijn te weinig mensen in de avond en daarom heeft De Weijer gevraagd of naasten ook willen helpen. Er zijn maar twee zorgmedewerkers. Eén is aan het koken en de andere collega moet alle mensen helpen. Daarom helpt familie ook af en toe mee en houden wij ook een beetje toezicht. Om te zorgen dat er niemand valt bijvoorbeeld, want sommige mensen lopen moeilijk.”
Susanne: “Mijn ouders hebben een mooi leven gehad. Als ze overlijden zal ik heel hard huilen, maar ik gun het ze wel. Ik vind het fijn om te komen. Ik leid ze een beetje af als ik er ben.”