Geen dag hetzelfde als palliatief consulent

Als palliatief consulent zie ik veel verschillende cliënten en hoor ik veel verhalen. Ik probeer zoveel mogelijk mee te bewegen en aan te sluiten bij de behoefte van de cliënt. Elke dag is weer anders. In de ochtend bezoek ik bijvoorbeeld een mevrouw met wie ik naar een uitgekozen lied voor haar afscheidsdienst luister. We lachen daarna om haar opmerking: “Misschien kan ik wel opgebaard worden in die dekenkist die ik nu als salontafel gebruik, dat scheelt weer kosten’.
Een paar uur later bezoek ik een meneer die trots over zijn kinderen en kleinkinderen vertelt. We hebben het over zijn leven, niet over de naderende dood. Niet vandaag, misschien volgende week. De volgende dag bel ik met een huisarts van een cliënt omdat zij bewust wil stoppen met eten en drinken. Mijn ervaringen zijn uiteenlopend en dat maakt mijn werk heel uitdagend en waardevol.
Sinds begin dit jaar ben ik als palliatief consulent betrokken bij een 90-jarige meneer. Meneer is altijd erg zelfstandig geweest. Hij heeft het niet zo op goedbedoelde adviezen en vertrouwt anderen niet zo snel. De praktijkondersteuner van de huisarts heeft mij benaderd vanwege zijn lichamelijke achteruitgang. Of ik mee wil denken over hoe zijn kwaliteit van leven zo goed mogelijk geborgd kan worden. Door het zelfstandige karakter van meneer verwacht de praktijkondersteuner dat het een uitdaging is om wijkverpleging in te zetten. Zal hij mijn ondersteuning wel accepteren?
Voor zijn werk was hij altijd veel onderweg. In de trein of auto. Hij voelt zich nu erg afhankelijk van anderen omdat hij geen auto meer rijdt. Meneer zou graag een scootmobiel willen om er toch op uit te kunnen. Hij is groot fan van Mc Donalds. Hij kwam hier jarenlang elke week tot hij geen auto meer kon rijden. Ik bespreek zijn wens met zijn dochter. Zij ziet een scootmobiel niet zitten vanwege een eerder ongeluk met zijn auto en zijn ziektegeschiedenis; hij heeft een vergroot aneurysma en hartritmestoornissen. Zij en haar broer vinden hem te kwetsbaar. Hij heeft steeds meer moeite met lopen dus naar verwachting ook met in- en uitstappen scootmobiel. De kinderen zijn bang dat hij een ongeluk krijgt en willen geen risico nemen.
Ik begrijp de zorgen. Maar ik ben van mening dat een scootmobiel zijn leven kan verrijken en kan bijdragen aan zijn kwaliteit van leven. Ik heb dit met zijn dochter gedeeld, maar ze blijft bij haar standpunt. Dan besluit ik om met toestemming van meneer te overleggen met de ergotherapeut. Ik had weleens gehoord dat zij met de cliënt kunnen gaan oefenen met een scootmobiel. Zo gezegd, zo gedaan. De ergotherapeut zorgt dat er een scootmobiel wordt aangevraagd. Ze oefent een aantal keer met meneer. En na een paar weken gaat hij zelfstandig op pad. Hij zoekt uiteraard de Mc Donalds op! Ook geniet hij van de natuur, zijn vrijheid en zelfstandigheid.
Na een aantal maanden levert hij steeds meer in. Zijn eetlust wordt minder. Hij vergeet zijn medicatie tijdig in te nemen en verliest gewicht. Hij is vermoeid en lopen kost hem veel energie. Hij vermijdt sociale contacten en komt nog weinig buiten. In overleg met meneer, dochter en wijkverpleegkundige, spreken we een dagelijks controlemoment af. Dan wordt zijn medicatie aangereikt. Meneer vraagt zich steeds vaker af hoe lang hij dit nog vol wil houden en wat voor hem nog van waarde is. We hebben het steeds vaker over zijn kwaliteit van leven. We bespreken onderwerpen als euthanasie en stoppen met eten en drinken. We blikken terug en hij is dankbaar voor de ritjes op de ‘scoot’ en voor de hamburgers van de Mc Donalds. Dat pakt niemand hem meer af!
Ik ben blij en dankbaar dat ik hem heb kunnen ondersteunen en dat hij toch nog wat kwaliteit van leven heeft ervaren. De laatste maanden bezoek ik hem wekelijks. Iedere week is het weer afwachten hoe ik hem aantref. Is hij afgevallen? Zou hij een beslissing hebben genomen over het einde van zijn leven? Ik ben dankbaar dat ik hem in deze laatste levensfase mag bijstaan en inmiddels toch wel een hele goede klik met hem heb. Zijn dochter gaf laatst nog aan dat hij mensen niet snel vertrouwt en dat ik inmiddels tot zijn ‘inner circle’ behoor. Dat pakt niemand mij meer af!